Goudberg

Tussen de Strijbeekse Heide en Strijbeekse Beek ligt de Goudberg met het Goudbergven, dat voor velen het mooiste ven van Noord-Brabant is. Het ligt tussen een paraboolduin dat 5-6 meter boven het landschap uitsteekt. Karakteriserend voor de Goudberg is de sterke geaccidenteerdheid het terrein en het grote Goudbergven, dat door bossen aan alle kanten wordt ingesloten.

Het open water, dat er normaal nog volop is, ligt vooral langs de oevers. De grote, drijvende bladen van de waterlelies strijden daar om hun plaatsje in de zon. Hier leeft en ademt de ongebreidelde natuur in een eigen schoonheid. En dit niet alleen áán en óp het water maar ook op de omringende heuvels tussen eiken en dennen met hier en daar een plukje hei of een stukje zandverstuiving.

Planten

Kenmerkend voor het goudbergven zijn vele waterlelies, die een waar tapijt over water vormen. In de bossen komt men voornamelijk grove den, ruwe berk en zomereik tegen. De struiken in dit gebied zijn sporkehout en lijsterbes. Grassoorten die je tijdens het wandelen tegenkomt zijn bochtige smele en pijpenstrootje. Andere soorten zijn rankende helmbloem, stekelvaren, vingerhoedskruid en wilde kamperfoelie. Op de hogere heidevelden kom je struikheide tegen en op de lagere natte delen groeit de dopheide, moeraswolfsklauw en kleine zonnedauw. Ook veenbes en klokjesgentiaan komen verspreid in het gebied voor.

Dieren

De zoogdieren die kenmerkend zijn voor het gebied zijn de ree, haas, vos en eekhoorn. Maar ook zie je veel soorten roofvogels, zoals buizerd, havik, torenvalk, bos- en ransuil. Ook vinden we er de gekraagde roodstaart en bonte vliegenvanger. In de vennen kun je verschillende ganzen, de wilde eend en kuifeend ontdekken. De bewoners van de open plekken zijn de nachtzwaluw, boompieper en houtsnip. In de aanwezige vennen en laagtes komen amfibieën als poelen bastaardkikker, gewone pad, vinpoot- en Alpenwatersalamander voor. Op de zandpaden laat de levendbarende hagedis zich regelmatig bewonderen. Het gebied is ook zeer rijk aan insecten. Dagvlinders zoals groentje, bont dikkopje hebben hier samen met libellen zoals venwitsnuit en koraaljuffer hun leefgebied. Tijdens het wandelen kun je heidesabelsprinkhanen, maar ook bosmieren met hun metershoge nesten tegenkomen.

Geschiedenis

Het Goudbergven, dat omgeven wordt door een paraboolduin, werd gevormd na de laatste ijstijd 10.000 jaar geleden. Op het hoogste gedeelte van het duin stond in de Middeleeuwen een houten molen. Dit was een houten standerdmolen die op de oostpunt van de Goudberg gebouwd was. Even ten noorden ervan was de boerderij van de molenaar, met enkele vroeg ontgonnen perceeltjes. Tussen 1628 en 1667 stond er geen molen op de Goudberg: de oude was afgebrand en met het bouwen van een nieuwe werd door de Nassause Domeinraad erg lang gewacht. Vanaf ca. 1707 werd de molen "De Korenbloem" genoemd. De Strijbeekse molen was een punt waar van alle kanten wegen naar toe liepen. Juist ten zuiden van de molen was zelfs een speciaal bruggetje over de Strijbeekse Beek gemaakt om ook de verbinding in die richting te vergemakkelijken. Nadat de beek in 1830 tot een gesloten staatsgrens geworden was, heeft men de molen in 1835 verhuisd naar de zuidzijde van Ulvenhout.

Niet ver van het goudbergven is een urnenveldje uit 500 v Chr. aangetroffen, waarbij op de potscherven invloed kenbaar is van de Noord-Franse Marnecultuur. Het zandpad dat achter het Goudbergven langsloopt voert langs verschillende zeer oude eiken, die in het verleden zo vaak zijn kortgehouden, dat ze nu meerstammig uit één wortelstelsel oprijzen. Vermoedelijk stammen enkele van deze eiken nog uit de Middeleeuwen. Langs het zandpad ligt een poosplaats met een gedicht geschreven voor deze plek:

over zijn grenzen

reikt macht naar al meer

voert vechters van ver

naar vreemd land

belangen langs lansen betwist

kleuren een beek en zijn beemden

in strijd

Op 2 januari 1814, aan het eind van de Franse tijd, vond hier de ‘Slag bij Strijbeek’ plaats. Om Napoleon op de knieën te dwingen was er een geallieerdenleger op de been gebracht, dat bestond uit Zweden, Britten, Hessen, Würtenbergers, Saksen, Pruisen en Russische Kozakken. De voorhoede van dit ‘Armee du Nord’ werd gevormd door het IIIe Preusische Armee-korps. Vierhonderd Pruisische ruiters en Kozakken van dit korps raakten nabij Meerle slaags met tweehonderd leden van de cavalerie-eenheid Rode Lansiers, de Franse ‘Lanciers Rouges’ van de keizerlijke garde.

De uiteindelijke slag speelde zich voornamelijk af in de weidegronden, de beemden, ter weerszijden van de Strijbeekseweg  aan de Nederlandse kant van de beek. Vanaf de Bergweg kijkend in de richting van de brug is een groot deel van het voormalig slagveld zichtbaar. De waterstand was tweehonderd jaar geleden veel hoger dan nu en verschillende manschappen en paarden verdronken toen ze door het ijs zakten. In totaal sneuvelden hier dertien Pruisen. De Slag bij Strijbeek maakte onderdeel uit van een groot aantal slagen en schermutselingen tussen Breda en Antwerpen, voornamelijk op Belgisch grondgebied, waarbij in totaal bijna tweeduizend doden en gewonden vielen

Deze plek nabij de Strijbeekse Beek, die eeuwenlang een natuurlijke grens vormde, bleek niet alleen voor Napoleon, maar ook tijdens de Tiendaagse Veldtocht en in de Tweede Wereldoorlog van strategisch belang.

Legendes

Wie het hele ven omwandelt - hetzij beneden langs de oever voor zover mogelijk of hoger over de "bergen" - beleeft het allemaal en zal ten slotte toch wel weer ergens op de Goudbergseweg terug geraken. Natuurlijk zonder een spoor te hebben gevonden van de schat, die op de Goudberg heet begraven te liggen. Er dwalen twee boeren door de legende, die lang geleden met de schop gestuit zijn op de ijzeren kist waarin de schat verborgen zit. Toen ze hun grijpgrage vingers uitstaken, verscheen er echter de naar pek en zwavel stinkende duivel en ze namen ijlings de benen. De ijzeren kist zit nog altijd in de Goudberg doch niemand weet waar...

Rond de eerste wereldoorlog zou op de Goudberg ook "Klaveren Vrouwke" door kommiezen doodgeschoten zijn. Het betrof hier een smokkelaar van niet al te beste reputatie, afkomstig van het Rucphens Heike. Deze smokkelaar had zijn destijds alom bekende bijnaam te wijten aan de omstandigheid, dat hij als vrouw verkleed en met een zwart gemaakt gezicht opereerde. Hij was "vogelvrij" verklaard, zeggen de mensen, maar dat kan natuurlijk niet kloppen. De tijd van vogelvrijverklaringen was toen wel voorbij.


Thuis   |   Servicepunt   |   Galder-Strijbeek   |   Ondernemend   |   Natuur & Recreatie   |   Jeugd   |   Senioren   |   Dorpsraad